|
Arbeidstijdenwet:
taken en bevoegdheden OR.
1.1
Beleidsvoorschriften in de wet. In
de wet zijn een aantal algemene verplichtingen vastgelegd die verband
houden met de Arbo-wet. De
verantwoordelijkheid van de ondernemer is onderstreept door het gebruik
van de term “goed ondernemerschap”. Dit betekent dat de
ondernemer geacht wordt in zijn beleid rekening te houden met de
veiligheid, gezondheid en welzijn van de werknemers en daarbij rekening
moet houden met de inrichting van de arbeidstijden en rusttijden. De
ondernemer is dan ook verantwoordelijk voor de naleving
van de Arbeidstijdenwet. Daartoe zijn een aantal
beleidsvoorschriften opgenomen in de wet n.l.: 1.2
Vastleggen arbeidstijden en rusttijden
De arbeidsroosters moeten schriftelijk worden vastgelegd en zichtbaar voor iedere werknemer vermeld worden in de bedrijfsruimten. In deze roosters moet vermeld worden op welke dagen wordt gewerkt en de begintijden en eindtijden van de diensten. 1.3
Mededeling arbeidstijden en rusttijden. De werknemers moeten minimaal 28 dagen voor ingang van een nieuw arbeidsrooster geïnformeerd worden. Indien door de aard van de werkzaamheden dit niet kan, dan moet de verplichte aaneengesloten wekelijkse rusttijd 28 dagen vooraf bekend worden gemaakt. De werktijden moeten dan minimaal vier dagen vooraf medegedeeld worden. Afwijking van deze bepaling kan alleen middels een collectieve regeling, vermeld in een CAO of een schriftelijke afspraak met de Ondernemingsraad. 1.4 Registratie arbeidstijden en rusttijden. De taak van de Ondernemingsraad is het contoleren op naleving van de wettelijke normen. Om die taak goed uit te kunnen oefenen moeten de gerealiseerde arbeidstijden op een zodanige wijze worden geregistreerd dat naleving gecontroleerd kan worden. Dat betekent dat de ondernemer niet alleen de begintijden en eindtijden van alle werkdagen moet registreren, maar ook de pauzes, nachtarbeid, overwerk en consignatie. 1.5 Arbeidsomstandigheden. De verplichting van de ondernemer om arbeidstijden en rusttijden een vast onderdeel te maken van zijn algemeen ondernemingsbeleid is vastgelegd in een richtlijn die verder in de wet is uitgewerkt. Dit vindt plaats middels een koppeling met de Arbo-wet. Dat heeft tot gevolg dat arbeidstijden en rusttijden bij de risico inventarisatie en evaluatie een plaats moeten hebben. Deze moeten in de evaluatie meegenomen worden om indien daartoe aanleiding is deze aan te passen.
2 Algemeen. De
Standaardregeling is de basis of het uitgangspunt. De normen in deze
regeling zijn in bijna alle gevallen voor iedereen bruikbaar. De
Overlegregeling kent uiterste normen die ruimer zijn dan de
Standaardregeling. Echter van die uiterste normen mag alleen gebruik
gemaakt worden in collectief overleg. Als er geen CAO van
toepassing is op het bedrijf dan moet het overleg gevoerd worden met de
ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging en moeten de afspraken
schriftelijk worden vastgelegd. 2.1
Standaardregeling. De Standaardregeling houdt in dat onder normale omstandigheden de maximale arbeidstijd per dienst 9 uur en 45 uur per week is. In 13 weken kan de arbeidstijd per week maximaal 40 uur bedragen. Is maximaal 520 uur. Inclusief incidenteel overwerk kan maximaal 585 uur per 13 weken gewerkt worden. (Gemiddeld 45 uur per week.) 2.2 Overlegregeling.
In een
aantal situaties of branches (o.a., vervoer.) voldoet
het dubbele normenstelsel niet. Daarvoor zijn er in het
Arbeidstijdenbesluit (ATB) uitzonderingen vastgelegd. De wettelijke grenzen van de
overlegregeling kunnen dan nog ruimer uitvallen dan de overlegnormen. (zie
ATB) 2.3 Wanneer kan of moet de Ondernemingsraad/Personeelsvertegenwoordiging overleggen? 2.3a. Geen CAO van toepassing. Als er geen CAO van toepassing is kan/moet de werkgever afspraken maken met de ondernemingsraad/Personeelsvertegenwoordiging. Deze afspraken over werktijden en rusttijden moeten binnen de grenzen blijven van de overlegregeling. Als de werkgever deze collectieve afspraken niet met de ondernemingsraad/Personeelsvertegenwoordiging maakt, moeten deze afspraken met individuele werknemers gemaakt worden. 2.3b. Wel een CAO van toepassing. Als er
een CAO van toepassing is dan kunnen zich vier situaties voordoen:
Als
dat het geval is kan er collectief (met de
ondernemingsraad/Personeelsvertegenwoordiging) of op individueel niveau
een werktijdenregeling afgesproken worden die binnen de normen van de standaardregeling
moet vallen.
Over
de onderwerpen die genoemd zijn in de CAO kunnen afspraken gemaakt worden
die binnen de normen vallen van
de overlegregeling. Over de arbeidstijd, zondagsarbeid en/of
nachtarbeid kunnen dan alleen afspraken gemaakt worden die binnen de
normen van de standaardregeling vallen. Dus opgelet.
Hier
kunnen ondernemingsraad en werkgever afspraken maken die binnen de normen
vallen van de overlegregeling. Voor de rusttijden en pauzes geld
dan weer dat er afspraken gemaakt kunnen worden die binnen de standaardregeling
vallen
Nu kan op alle onderdelen van het werktijdenbeleid de overlegregeling toegepast worden.
Instemmings- en overeenstemmingsrechtHet vaststellen, wijzigen of intrekken van collectieve werktijdenregeling die voor het gehele bedrijf of een afdeling van kracht is valt onder het instemmingsrecht van de Wet op de OndernemingsRaden (artikel 27). De Arbeidstijdenwet verandert daar niets aan.
Geen
CAO. Wel
een CAO.
In de bedrijven met 10 t/m 50 medewerkers is het hebben van een ondernemingsraad wettelijk niet verplicht. Als een meerderheid van de medewerkers het wenst dan moet er een Personeelsvertegenwoordiging worden ingesteld.
Niet alle arbeid is onder de bepalingen van de Arbeidstijdenwet onder te brengen. Voor een aantal beroepsgroepen zijn gedeelten van de wet niet van toepassing. Een van die groepen is de sportprofessional en een andere is de podiumkunstenaar. Daarnaast is de grote groep leidinggevenden en hoger personeel uitgezonderd van delen van de bepalingen van de Arbeidstijdenwet. Hierbij moet ook weer opgemerkt worden dat hoger personeel in nachtdiensten en bij gevaarlijke omstandigheden wel onder de bepalingen van de Arbeidstijdenwet vallen en leidinggevenden niet. In het Arbeidstijdenbesluit zijn nadere regels opgenomen voor, ploegenarbeid, nachtarbeid, piekperioden, pauze, noodzakelijke werkzaamheden, sectorspecifieke afwijkingen, consignatiediensten en feestdagen. Ploegenarbeid. Bij arbeid in ploegen dienen afspraken over afwijkingen van de wekelijkse rustijden in collectieve regelingen te worden vastgelegd. De wekelijkse onafgebroken rusttijd van 92 uur kan vastgelegd worden per periode van 11 maal 24 uur. Daarnaast kan de onafgebroken rusttijd één keer in een periode van vijf weken worden verkort tot 72 uur. Door deze regeling kan een bepaald 5 ploegenrooster ( het 7/5 rooster) ingevoerd worden. Vrije zondagen. Om een groter aantal vrije zondagen (26) mogelijk te maken kunnen op zondagen soepeler overlegregels worden toegepast. Dit kan door op zaterdagen vanaf 18.00 uur tot maandagen 08.00 uur een dienst en nachtdienst in te plannen van 12 uur (waarin 11 uur gewerkt wordt). Na een dergelijke dienst moet een rustperiode van 12 uur worden ingepland. “Doorstaan in ploegen” Nachtarbeid. Collectief kan worden afgesproken dat er maximaal 35 nachtdiensten per 13 weken of maximaal 20 uur tussen 0.00 uur en 06.00 uur per 2 weken, gewerkt wordt als de aard van de werkzaamheden dit noodzakelijk maakt. Piekperioden.
Als er incidenteel en voor korte tijd zich een piek in de productie voordoet, kan het noodzakelijk zijn dat er gewerkt wordt in nachtdienst, naast de dagdienst. Hierover moet collectief overleg plaats vinden. In dat collectief overleg kan afgesproken worden dat de termijn van 13 weken, waarover de gemiddelde arbeidstijd per week wordt berekend, wordt gesteld op 52 weken. In deze berekening mag de gemiddelde arbeidsduur gemiddeld 40 uur zijn. Pauze. In afspraken vanuit het collectief overleg kan vastgelegd worden dat werknemers geconsigneerd zijn tijdens de pauze. Als er gelet op de aard van de werkzaamheden geen pauze opgenomen kan worden mag er maximaal 40 uur gemiddeld per 13 weken gewerkt worden. Noodzakelijke
werkzaamheden. Bij noodzakelijke werkzaamheden, bijvoorbeeld schade aan installaties waardoor gevaar kan ontstaan en/of economische schade gelden ruimere regels. Eén keer in een periode van twee weken mag een dienst of nachtdienst van 14 uur gewerkt worden. Feestdagen. Indien verlies van productie, door een feestdag, ingehaald moet worden kan na collectief overleg binnen 7 aaneengesloten dagen vooraf gaande aan een feestdag twee diensten of nachtdiensten van 14 uur gewerkt worden. Tussen 18.00 uur op de feestdag en 08.00 uur op de dag na de feestdag mogen diensten of nachtdiensten van 11.00 uur gewerkt worden. Na de dienst of nachtdienst moet een onafgebroken rusttijd gelden van tenminste 12 uur. Consignatiediensten. In de Arbeidstijdenwet is in artikel 5:11 het volgende geregeld: Bij consignatie mag in een periode van 4 weken 2 perioden van 7 maal 24 uur geen consignatie ingepland zijn. De maximale arbeidstijd mag 13 uur per dag en 60 uur per week zijn. Gemiddeld mag 45 uur per week gewerkt worden in een periode van 13 weken. Voor en na een nachtdienst mag geen consignatie worden gepland. Vanaf 10 april 2001(wetswijziging) is er een uitbreiding van de regels bij consignatie gekomen in de Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit. De voorwaarden genoemd in het ATB: Artikel 4.8:3 Van de
standaardregeling (genoemd in artikel 5:11ATW) kan alleen middels een
collectieve regeling (overlegregeling in CAO of overleg met
ondernemingsraad/ personeelsvertegenwoordiging) indien het te belastend is
voor de werknemer om 7 maal 24 uur consignatie te doen. Indien aan deze
bepaling niet wordt voldaan is elke vorm van overeenkomst nietig. De werkgever moet de arbeid zodanig organiseren dat de werknemer in elke periode van 4 aaneengesloten weken:
Als de consignatie geheel of deels tussen 0.00 en 06.00 uur dan mag de werknemer ten hoogste gemiddeld 40 uren per week in een periode van 13 weken werk verrichten. Dan mogen er alleen (afwijkende) collectieve regelingen worden afgesproken indien de aard van het werk zodanig is dat de werknemer bij uitzondering consignatie loopt of dat de werknemer na een oproep voldoende compenserende rust wordt gegeven. Daarbij komt nog dat aannemelijk gemaakt moet kunnen worden dat het werk onmogelijk anders georganiseerd kan worden dan maximaal 40 uur per week (gemiddeld) Ook hier is weer van toepassing dat alle omstandigheden aan de orde moeten zijn anders zijn alle afspraken nietig, dus niet bestaand. Als dat wel zo is dan kunnen de volgende afwijkingen overeengekomen worden, althans hierna worden de maximale normen genoemd, het mag dus ook minder. Daarvoor is er overleg.
|
||