Voorbeeldreglement OR

Dit voorbeeldreglement is gebaseerd op de tekst die samengesteld is door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in samenwerking met de Commissie Ondernemingsraden van de Sociaal Economische Raad (S.E.R.). Op enkele belangrijke punten is de tekst aan de praktijk aangepast. De daardoor ontstane tekst is niet strijdig met de originele tekst.

In een reglement legt de ondernemingsraad de werkwijze en de verkiezingsprocedure vast. Bevoegdheden en andere afspraken horen niet thuis in een reglement. Dergelijke bijzondere afspraken dienen in een aparte bijlage vermeld te worden en in een ander document vastgelegd. (ondertekend door de bestuurder en namens de ondernemingsraad)

Voorbeeldreglement ondernemingsraad

Artikel 1.

Begripsbepalingen.

Dit reglement verstaat onder:

Ondernemer:
Onderneming:
Gevestigd te:
Wet: Wet op de Ondernemingsraden (WOR) (Staatsblad 1971, 51), laatstelijk gewijzigd bij de Wet van 14 februari 1998 (Staatsblad 1998, 107)
Ondernemingsraad: de ondernemingsraad (OR) van de hierboven genoemde onderneming.
Bedrijfscommissie: de bedrijfscommissie voor de bedrijfstak waaronder de onderneming genoemd wordt.
Vakverenigingen: verenigingen van werknemers, die krachtens artikel 9, lid 2a van de wet bevoegd zijn kandidaten te stellen.

Toelichting.

In artikel 1 van de WOR staat een aantal omschrijvingen vermeld:

Het begrip "ondernemer"en "bestuurder".

De adressen van de bedrijfscommissie kunt u met ons reactieformulier opvragen en ook wanneer u niet weet bij welke commissie uw bedrijf is ingedeeld kunt u dat bij ons opvragen.

 

Artikel 2.

Samenstelling

1.De ondernemingsraad bestaat uit …….leden.

2.De ondernemingsraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

3.De voorzitter, of bij diens verhindering de plaatsvervangend voorzitter, vertegenwoordigt de ondernemingsraad in rechte.

4. Indien de ondernemingsraad uit minder leden dan genoemd in lid 1 bestaat, is de raad bevoegd rechtsgeldig te vergaderen en besluiten te nemen. De quorumeis wordt dan naar evenredigheid toegepast.

Toelichting

In artikel 6 lid 1 van de WOR staat vermeld hoeveel or-leden er in de ondernemingsraad zitting kunnen nemen (afhankelijk van het aantal werknemers. Indien er volgens een kiesgroepenstelsel wordt gewerkt dan moeten de kiesgroepen en het aantal zetels worden vermeld in lid 1.)

 

Artikel 3.

Zittingsduur.

1. De leden van de ondernemingsraad treden om de (2, 3 of 4 jaren) tegelijk af.

2. De aftredende leden van de ondernemingsraad zijn terstond herkiesbaar.

 

Artikel 4.

Organisatie van de verkiezingen.

1. De organisatie van de verkiezingen van de leden van de ondernemingsraad berust bij de ondernemingsraad.

2. De ondernemingsraad kan de organisatie van de verkiezingen opdragen aan een verkiezingscommissie.

 

Artikel 5.

Actief en passief kiesrecht.

1. Kiesgerechtigd zijn die personen die op de datum van de verkiezingen tenminste 6 maanden in de onderneming werkzaam zijn.

2. Verkiesbaar tot lid van de ondernemingsraad zijn de personen die op de datum van de verkiezingen tenminste 12 maanden in de onderneming werkzaam zijn.


Toelichting.

Voor het actief en passief kiesrecht kunnen ook kortere perioden afgesproken worden.

 

Artikel 6.

Datum verkiezingen.

1. De ondernemingsraad bepaalt na overleg met de ondernemer de datum van de verkiezingen alsmede de tijdstippen van aanvang en einde van de stemming. De secretaris van de ondernemingsraad doet van één en ander mededeling aan de ondernemer, aan de in de onderneming werkzame personen en aan de vakverenigingen. Tussen deze mededeling en de datum van de verkiezingen zitten minstens 13 weken.

2. De datum van de verkiezingen ligt niet eerder dan 4 weken en niet later dan 2 weken voor de afloop van de zittingsperiode van de aftredende leden van de ondernemingsraad.

3. De ondernemingsraad kan zich bij de verkiezingen laten bijstaan door één of meer stembureaus, elk bestaande uit ten hoogste drie in de onderneming werkzame personen.


Toelichting.

Let goed op de tekst van lid 2. Als daar niet aan voldaan wordt is er geen (rechtsgeldige) ondernemingsraad meer. Als er door bijzondere omstandigheden niet binnen deze termijn een verkiezing gehouden kan worden, vraag dan om uitstel bij de ondernemer en de werknemers en eventueel de vakbonden. De bedrijfscommissie in kennis stellen is ook aan te raden.

 

Artikel 7.

Kandidaatstelling.

1. Uiterlijk 12 weken voor de verkiezingsdatum stelt de ondernemingsraad een lijst op van de in de onderneming werkzame personen die op de verkiezingsdatum verkiesbaar en/of kiesgerechtigd zijn, en maakt deze lijst in de onderneming en aan de vakverenigingen bekend.

2. Kandidaatstelling geschiedt door indiening van een lijst van één of meer kandidaten bij de secretaris van de ondernemingsraad. Deze verstrekt een gedagtekend bewijs van ontvangst, gesteld ten name van degene, die de lijst heeft ingediend.

3. Tot uiterlijk 6 weken voor de verkiezingsdatum kunnen vakverenigingen kandidatenlijsten indienen.

4. Binnen 1 week nadat de in lid 3 bedoelde termijn is verstreken, bepaalt de ondernemingsraad het aantal handtekeningen dat nodig is voor de indiening van een kandidatenlijst door degenen die geen lid zijn van een vakvereniging, welke een kandidatenlijst heeft ingediend.

5. Tot uiterlijk 3 weken voor de verkiezingsdatum kunnen de in lid 4 bedoelde kandidatenlijsten bij de secretaris van de ondernemingsraad worden ingediend.

6. Bij elke kandidatenlijst wordt van iedere daarop voorkomende kandidaat een schriftelijke verklaring overlegd, waaruit blijkt dat de kandidatuur aanvaard wordt.

7. De naam van een kandidaat mag slechts op één kandidatenlijst voorkomen.

 

Artikel 8.

Geldigheid kandidatenlijst.

1.De ondernemingsraad onderzoekt of de ingediende kandidatenlijsten en de daarop voorkomende kandidaten voldoen aan de vereisten van de wet en van dit reglement.

2. De ondernemingsraad verklaart een kandidatenlijst die niet aan de in het vorige lid bedoelde vereisten voldoet, ongeldig en deelt dit onverwijld schriftelijk mede aan degene(n) die de kandidatenlijst heeft (hebben) ingediend. Gedurende één week na deze mededeling bestaat de gelegenheid de lijst aan de gestelde eisen aan te passen.

3. De geldige kandidatenlijsten worden uiterlijk 2 weken voor de verkiezingsdatum door de ondernemingsraad aan de in de onderneming werkzame personen en aan de ondernemer bekend gemaakt.

 

Artikel 9.

Enkele kandidaatstelling.

1.Indien er niet meer kandidaten zijn gesteld dan er plaatsen zijn te vervullen in de ondernemingsraad, vinden er geen verkiezingen plaats en worden de gestelde kandidaten geacht te zijn gekozen.

2. Indien er minder kandidaten zijn dan er zetels te bezetten zijn, dan dienen er binnen 6 maanden na de verkiezingsdatum aanvullende verkiezingen te worden gehouden voor de niet vervulde zetels.

 

Artikel 10.

Verkiezingen.

1.De verkiezing vindt plaats bij geheime, schriftelijke stemming.

2.Door of namens de ondernemingsraad wordt op de verkiezingsdatum op de daartoe door de ondernemingsraad aangewezen plaatsen aan iedere kiesgerechtigde persoon een gewaarmerkt stembiljet uitgereikt. Op dit stembiljet staan de te kiezen kandidaten per ingediende, geldige kandidatenlijst vermeld. Dadelijk na invulling doet de kiesgerechtigde persoon dit stembiljet in een daartoe bestemde bus.

3.Iedere kiesgerechtigde persoon kan voor ten hoogste twee andere kiesgerechtigde personen een stembiljet invullen, mits hij door deze persoon schriftelijk daartoe gemachtigd is.

 

Artikel 11.

Aantal stemmen.

Iedere kiesgerechtigde persoon brengt één stem uit. (Deze tekst gebruiken als er met een lijstenstelsel wordt gewerkt.)

Iedere kiesgerechtigde persoon brengt maximaal…..stemmen uit (maximaal zoveel als er zetels te bezetten zijn) en maximaal 1 stem per kandidaat.

(Deze tekst in het reglement opnemen als er volgens het personenstelsel wordt gekozen.)

 

Artikel 12.

Geldigheid van de stemmen.

1.Na het einde van de stemming stelt de ondernemingsraad het aantal geldige stemmen vast dat op elke kandidaat (en op elke kandidatenlijst) is uitgebracht.

2.Ongeldig zijn de stembiljetten:

a.die niet door of namens de ondernemingsraad zijn gewaarmerkt,

b.waaruit niet duidelijk de keuze van de stemgerechtigde blijkt,

c.waarop meer dan één stem is uitgebracht, (bij het personenstelsel moet deze tekst luiden: waarop meer dan één stem is uitgebracht per kandidaat en meer stemmen dan het aangegeven maximum stemmen (per kiesgroep)).

d.waarop andere aantekeningen voorkomen dan de aanwijzingen van de verkozen kandidaat.

 

Artikel 13.

Toewijzing der zetels.

1.Ter bepaling van de uitslag van de verkiezingen berekent de ondernemingsraad in de eerste plaats de kiesdeler, door het aantal geldig uitgebrachte stemmen te delen door het aantal te bezetten zetels in de ondernemingsraad. Vervolgens worden aan iedere kandidatenlijst zoveel zetels toegewezen als de kiesdeler begrepen is in het aantal op de lijst uitgebrachte geldige stemmen. De daarbij overblijvende stemmen alsmede de stemmen uitgebracht op een lijst die de kiesdeler niet haalde, gelden als overschotstemmen. Zetels die op deze wijze niet vervuld kunnen worden, worden achtereenvolgens toegerekend aan de lijst met de grootste stemmenoverschotten. Bij een gelijk stemmenoverschot van twee of meer lijsten beslist het lot welke lijst het eerst een restzetel krijgt. De aan een lijst toegevallen zetels worden toegewezen aan de daarop staande kandidaten in de volgorde waarop zij op de lijst voorkomen, met dien verstande dat een kandidaat, die persoonlijk de kiesdeler heeft gehaald in ieder geval is gekozen.

2.De uitslag van de verkiezingen wordt door de ondernemingsraad vastgesteld en volledig bekendgemaakt aan de ondernemer, aan de in de onderneming werkzame personen, aan de vakverenigingen, alsmede aan anderen die kandidatenlijsten hebben ingediend.

3.Indien aan een lijst meer zetels worden toegewezen dan er kandidaten zijn gesteld, wordt in deze situatie voorzien door het houden van een tussentijdse verkiezing.


Toelichting.

Bij het kiesgroepensysteem wordt ook de kiesdeler bepaald, maar dan per kiesgroep. De procedure bij restzetels kan als bij het lijstensysteem toegepast worden.

 

Artikel 14.

Bewaren van stembiljetten

De gebruikte stembiljetten worden door de secretaris van de ondernemingsraad in één of meer gesloten enveloppen tenminste drie maanden bewaard.

 

Artikel 15.

Voorzieningen in tussentijdse vacatures.

1.In geval van een tussentijdse vacature in de ondernemingsraad wijst de ondernemingsraad tot opvolger van het betrokken lid aan de kandidaat die blijkens de vastgestelde en volledig bekend gemaakte uitslag van de laatst gehouden algemene verkiezingen, bedoeld als in artikel 13 lid 2, daarvoor als eerste in aanmerking komt.

2.De aanwijzing geschiedt binnen een maand na het ontstaan van de vacature. Artikel 13, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.Indien er geen opvolger als bedoeld in het eerste lid aanwezig is, wordt hierin voorzien door het houden van een tussentijdse verkiezing voor die vacature, tenzij binnen zes maanden algemene verkiezingen plaatsvinden.

 

Artikel 16.

Bezwarenregeling.

1.Tegen een besluit van de ondernemingsraad met betrekking tot:

a.de bepalingen van de datum van de verkiezingen en de tijdstippen van het begin en het einde van de stemmingen (artikel 6, lid 1),

b.de opstelling van de lijsten van de kiesgerechtigde en verkiesbare personen (artikel 7,lid 1)

c.de vaststelling van het aantal handtekeningen dat nodig is voor de indiening van een kandidatenlijst door degenen die geen lid zijn van een vereniging als bedoeld in artikel 9, lid 2 onder a van de wet, welke een kandidatenlijst heeft ingediend. (artikel 7, lid 4)

d.de geldigheid van een kandidatenlijst. (artikel 8)

e.de vaststelling van de uitslag van de verkiezingen. (artikel 13, lid 2)

f.de voorziening in een tussentijdse vacature, (artikel 15, lid 1),

kan iedere belanghebbende binnen een week na de bekendmaking van het desbetreffende besluit schriftelijk bezwaar maken bij de ondernemingsraad.

2.De ondernemingsraad beslist onverwijld over dit bezwaar en treft daarbij zo nodig de noodzakelijke voorzieningen.

 

Artikel 17.

Vergaderingen.

1.De ondernemingsraad komt ten behoeve van de uitoefening van zijn taken bijeen in de volgende gevallen:

a.op verzoek van de voorzitter.

b.op verzoek van tenminste……leden.

c.voorafgaande aan de overlegvergadering.

2.De voorzitter bepaalt tijd en plaats van de vergadering. Een vergadering op verzoek van leden van de ondernemingsraad wordt gehouden binnen 14 dagen nadat het verzoek bij de voorzitter in ingekomen.

3.De bijeenroeping geschiedt door de secretaris, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de leden. Behoudens in spoedeisende gevallen geschiedt de bijeenroeping tenminste 12 dagen vóór de te houden vergadering.

4.Een vergadering kan slechts plaatsvinden indien de meerderheid van de ondernemingsraad aanwezig is. Vacante zetels worden daarbij niet meegeteld.

5.Indien er geen meerderheid aanwezig is op een or-vergadering zal binnen 14 dagen een nieuwe vergadering worden uitgeschreven met dezelfde agenda. Wanneer ook deze vergadering de meerderheid van de ondernemingsraad niet aanwezig is, kan de vergadering toch worden gehouden.

6.Bij afwezigheid van de voorzitter en van diens plaatsvervanger(s) kiest de ondernemingsraad uit de aanwezige leden een voorzitter voor de vergadering.

 

Artikel 18.

Secretariaat.

1.De ondernemingsraad benoemt uit zijn midden een secretaris en treft desgewenst nadere voorzieningen voor het uitoefenen van het secretariaat.

2.De secretaris is belast met het bijeenroepen van de ondernemingsraad, het opmaken van de agenda en het opstellen van het verslag van de vergadering, alsmede met het voeren van de briefwisseling en het beheren van de voor de ondernemingsraad bestemde en van de ondernemingsraad uitgaande stukken.

 

Artikel 19.

Agenda.

1.De secretaris maakt voor iedere vergadering een agenda op. Hij plaatst op de agenda de door de voorzitter en door de leden opgegeven onderwerpen. Ieder lid van de ondernemingsraad kan een onderwerp op de agenda doen plaatsen.

2.De secretaris maakt de agenda bekend aan de leden van de ondernemingsraad, aan de ondernemer, aan de in de onderneming werkzame personen (en aan de vakverenigingen). Behoudens in spoedeisende gevallen geschiedt de bekendmaking tenminste 7 dagen vóór de vergadering van de ondernemingsraad. Tegelijk met het bekendmaken van de agenda worden de bij de agenda behorende stukken aan de leden van de ondernemingsraad toegezonden.

3.De ondernemingsraad kan de onder lid 1 en 2 vermelde taken opdragen aan een agendacommissie.

 

Artikel 20.

Besluitvorming.

1.Tenzij dit reglement anders bepaalt, beslist de ondernemingsraad bij gewone meerderheid van stemmen van het aantal aanwezige or-leden. Voor de berekening van het aantal uitgebrachte stemmen, tellen blanco stemmen niet mee.

2.Over zaken wordt mondeling en over personen wordt schriftelijk gestemd, tenzij de ondernemingsraad in een bepaald geval anders besluit.

3.Indien bij een besluit met betrekking tot de benoeming van een persoon geen van de kandidaten bij de eerste stemming de gewone meerderheid haalt, vindt herstemming plaats tussen de twee kandidaten die bij de eerste stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Bij deze herstemming is diegene gekozen die alsdan de meeste stemmen op zich verenigd heeft, indien de stemmen staken beslist het lot.

4.Bij staking van stemmen over een door de ondernemingsraad te nemen besluit, dat geen betrekking heeft op een te benoemen persoon, wordt dit voorstel op de eerstvolgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Als de stemmen dan weer staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

 

Artikel 21.

Verslaggeving.

1.Van iedere vergadering van de ondernemingsraad wordt een verslag gemaakt.

2.Dit verslag zendt de secretaris binnen twee weken aan de leden van de ondernemingsraad. Tenzij een lid van de ondernemingsraad binnen 10 dagen na datering van het verslag een met redenen toegelicht bezwaar heeft gemaakt tegen de inhoud hiervan, maakt de secretaris het verslag bekend aan de in de onderneming werkzame personen, aan de ondernemer (en aan de vakverenigingen).

3.Indien een bezwaar als bedoeld in het vorige lid is gemaakt, maakt de secretaris het verslag eerst bekend nadat de ondernemingsraad over het bezwaar heeft beslist.

4.Zo nodig wordt aan het einde van ieder vergadering of na bespreking van een onderwerp een spoedpublicatie opgesteld, bestemd voor de in de onderneming werkzame personen.

 

Artikel 22.

Jaarverslag.

1.De secretaris maakt uiterlijk (..3..) maanden na afloop van een zittingsjaar een verslag op van de werkzaamheden van de ondernemingsraad en van de commissies van die raad in het afgelopen jaar. Dit jaarverslag behoeft de goedkeuring van de ondernemingsraad.

2.De secretaris maakt het jaarverslag zo spoedig mogelijk na de goedkeuring door de ondernemingsraad bekend aan de leden van de ondernemingsraad en zijn commissies, aan de ondernemer, aan de in de onderneming werkzame personen (en aan de vakverenigingen). Voorts zendt de secretaris het jaarverslag aan de bevoegde bedrijfscommissie.

(artikel 49 lid 2 WOR verplicht de ondernemingsraad om het jaarverslag ook te zenden aan de Arbeidsinspectie.)

3.De ondernemingsraad bespreekt dit jaarverslag met allen die in de onderneming werkzaam zijn op een hiertoe te beleggen personeelsbijeenkomst.

 

Artikel 23.

Slotbepaling.

1.Dit reglement kan worden gewijzigd of aangevuld bij besluit van de ondernemingsraad.

2.In een vergadering waarin besloten wordt het reglement te wijzigen of aan te vullen dient tenminste driekwart van het aantal leden van de ondernemingsraad aanwezig te zijn. Vacante zetels tellen daarbij niet mee.

3.Een zodanig besluit behoeft een meerderheid van tweederde van de aanwezige or-leden.

4.Alvorens het reglement (opnieuw) vast te stellen, stelt de ondernemingsraad de ondernemer in de gelegenheid om zijn standpunt kenbaar te maken.

5.Na vaststelling van het (nieuwe) reglement verstrekt de ondernemingsraad onverwijld een exemplaar aan de ondernemer en aan de bedrijfscommissie.